Macron erkent moord en marteling Algerijnse vrijheidsstrijder

De Franse president Emmanuel Macron heeft dinsdag erkend dat de Algerijnse advocaat en vrijheidsstrijder Ali Boumendjel tijdens de Algerijnse onafhankelijkheidsoorlog in 1957 "in de naam van Frankrijk" is gemarteld en vermoord. De officiële lezing was destijds dat Boumendjel zijn eigen leven beëindigde.

Macron bracht het nieuws van de erkenning van de oorlogsmisdaden dinsdag persoonlijk aan de kleinkinderen van Boumendjel toen hij die ontving. De Franse historicus Benjamin Stora had dat eerder ook aanbevolen in een rapport over de kolonisering van Algerije en de onafhankelijkheidsoorlog. Nog altijd zijn er spanningen tussen Frankrijk en Algerije rond de gebeurtenissen in die tijd.

Het Élysée meldt in een officiële verklaring dat Boumendjel te midden van de slag om de Algerijnse hoofdstad Algiers werd gearresteerd door het Franse leger en in een isoleercel werd vastgehouden. Daar werd de vrijheidsstrijder gemarteld en op 23 maart 1957 vermoord. In 2000 bekende het voormalig hoofd van de Franse inlichtingendienst in Algerije al dat hij een van zijn ondergeschikten opdracht had gegeven om Boumendjel te vermoorden en het op zelfmoord te doen lijken.

Macron ontving dinsdag vier kleinkinderen van de Algerijnse vrijheidsstrijder aan het presidentieel paleis. Hij beloofde daar ook dat de erkenning van de Franse gruweldaden niet op zichzelf zal staan. "Geen enkele misdaad, geen enkele wreedheid begaan door wie dan ook tijdens de Algerijnse oorlog kan worden goedgepraat of verborgen", aldus de president.