Premium

Over pinksterbloemen en oranjetipjes, een onafscheidelijk duo | column Geeke Remmelts

Oranjetipje
© Foto Natuurmonumenten/Henk Bergsma

Het is nog geen Pinksteren, maar ze staan alweer volop in bloei. De fraaie pinksterbloemen met hun roze/lila bloemetjes. Ze houden van vochtige graslanden, dus je ziet ze meestal in weilanden en langs slootkanten. Vaak met een heleboel tegelijk. De naam hangt samen met een oude boerenwijsheid: als de weides roze kleuren, is het tijd om de pinken (éénjarige koeien) buiten te zetten.

Een mooi trucje van de pinksterbloem: tijdens een regenbui gaan de bloemen dicht en buigen ze naar beneden. Daardoor blijft het stuifmeel droog. Vroeger werden pinksterbloemen wel gegeten als rauwkost. Het scheen goed te zijn tegen hartkwalen en scheurbuik. De smaak van de plantjes is wat scherp, radijsachtig. Daarom zijn de meeste dieren er niet zo dol op. Maar één soort heeft zich juist gespecialiseerd in het eten van pinksterbloemen: het oranjetipje.