Sharon van Rouwendaal wacht in spanning af: watertemperatuur van het Lupameer in Hongarije moet flink stijgen wil het EK open water door kunnen gaan

In 2018 veroverde Sharon van Rouwendaal drie gouden EK-medailles.
© Foto EPA
Maagdenburg

Zwemster Sharon van Rouwendaal wacht de komende dagen in spanning af of ze volgende week kan starten op de Europese kampioenschappen open water in Hongarije. Vooralsnog vormt de temperatuur in het Lupameer bij Boedapest een belemmering.

„We mogen eigenlijk pas racen als de watertemperatuur minstens zestien graden is en afgelopen week is twaalf graden gemeten. Ik hoop dus dat het water de komende dagen voldoende opwarmt”, zegt de olympisch kampioene op de tien kilometer, die op het EK haar titel van drie jaar geleden (Glasgow) wil prolongeren. Ze won in 2018 niet alleen de tien, maar ook de vijf kilometer én de gemengde estafette met Esmee Vermeulen, Ferry Weertman en Pepijn Smits. Door een eigen fout op de 25 kilometer moest ze in Schotland op die afstand genoegen nemen met zilver.

Het EK is voor haar een belangrijk testmoment richting Tokio. „Het is mijn eerste open waterwedstrijd na anderhalf jaar en ook mijn enige race over tien kilometer in aanloop naar de Spelen. Al heb ik niet specifiek ’getaperd’ voor dit EK, ik wil graag weer even ervaren hoe het is en weten waar ik sta”, aldus de 27-jarige specialiste op de lange afstanden. Mocht de missie in Boedapest onverhoopt niet doorgaan, dan is er nog geen man overboord. Van Rouwendaal heeft een plan B. „Dan ga ik eerst op hoogtestage en zwem ik eind juni het Spaanse kampioenschap in het meer van Banyoles.”

Duitse coach

De trainingen voor het open water heeft de van oorsprong Baarnse zwemster allemaal afgewerkt in het binnenbad. Ze zwemt haar baantjes in het overdekte bad van Maagdenburg, de Duitse stad waar ze sinds vorig zomer woont en traint bij haar nieuwe coach Bernd Berkhahn. Bij de meer wetenschappelijk ingestelde coach kwam ze terecht na haar jaren bij de Fransman Philippe Lucas, een coach die berucht is om zijn harde aanpak.

„Trainen in meren of de zee heeft niet zoveel zin. Dan heb je te maken met stromingen en krijg je geen goed beeld van hoe hard je zwemt. In het binnenbad kun je aan de tijden zien hoe goed het gaat. Soms doen we opdrachten voor het open water, bijvoorbeeld met het hoofd omhoog zwemmen. Dat is bedoeld om het oriënteren te oefenen. In een open waterrace moet je wel kunnen zien waar de boeien liggen.”

Het is de bedoeling dat Van Rouwendaal enkele dagen voor de titelstrijd naar Boedapest afreist, ook om het zwemparcours in het Lupameer te verkennen. Bovendien zwemt ze een dag voor de tien kilometer ook de vijf kilometer. „De focus zal dan wel op goed herstellen komen, maar vrijwel iedereen die de tien doet, zwemt ook de vijf. We zijn zo blij dat we in coronatijd kunnen zwemmen, we willen allemaal racen.”

200 rugslag

Van Rouwendaal combineert op de Olympische Spelen het open water met de langebaan. Ze plaatste zich onlangs bij kwalificatiewedstrijden in Eindhoven voor de 200 meter rugslag in Tokio. Op de spelen van Rio, waar ze goud won op de tien kilometer, zwom ze in aanloop de 400 vrije slag op de langebaan. „Het is uitgesloten dat ik op het EK nog ga proberen aan de limiet voor de 400 vrij te voldoen. Ik doe in Tokio de 200 rug en die is vijf dagen voor de tien kilometer. Ik zwem het nummer vooral als een soort mentale wake-upcall, om erin te komen. Ik verwacht niet onmiddellijk dat ik de finale haal, maar mocht dat lukken, dan zwem ik die. Het zijn wel de Olympische Spelen.”

Net binnen