Premium

Eemnes raakt veel karakteristieke bedrijven kwijt, want ook garage Martin Beuk gaat stoppen: een rare snuiter met goed hart

Eemnes raakt veel karakteristieke bedrijven kwijt, want ook garage Martin Beuk gaat stoppen: een rare snuiter met goed hart
Martin Beuk: ,,Kennelijk is het toch wel gezond dat ik alles er gewoon uitgooi.’’
© FOTO’S STUDIO KASTERMANS
Eemnes

Binnen de kortste keren raakt Eemnes drie karakteristieke zaken kwijt, die decennia lang voor een groot deel de identiteit van de dorpsgemeenschap weergaven. De Smederij, café Staal en nu ook garagebedrijf Beuk, met z'n drieën op een rijtje aan de Wakkerendijk, behoren straks voorgoed tot het verleden.

In juni 2018 ging de ijzerwarenhandel van dorpssmid Jaap Eek dicht. Die bestond al sinds 1962. Jaap Eek overleed aan de gevolgen van een aanrijding, op 83-jarige leeftijd. Hij was toen zelf nog steeds met enige regelmaat werkzaam in de winkel, waar hij als geen ander de weg wist.

Vorige week werd bekend dat Schippers Welvaren, beter bekend als café Staal, in september de deur dicht zal doen. Peter Staal, al sinds zijn vijftiende achter de bar, heeft er nu wel genoeg van. Heel Eemnes in rep en roer, want Staal is het enige echte café in het dorp. Café Staal bestaat inmiddels al meer dan honderd jaar.

Een paar stappen verderop ligt het autobedrijf van Martin Beuk. Het werd in 1962 opgericht door zijn vader, Siem Beuk. De laatste dag van 2019 is straks ook de laatste dag van het bedrijf. Martin Beuk (53) heeft het bedrijfspand en zijn naastgelegen woning inmiddels verkocht aan een projectontwikkelaar. Waarschijnlijk komen er huizen of appartementen te staan.

Martin Beuk heeft van kinds af aan rondgehuppeld in de garage van zijn vader. Bijna spelenderwijs leerde hij alles over auto’s, over techniek en sleutelen. Hij is het blijven doen, vanaf 1993 als eigenaar, nadat hij de zaak van zijn vader had overgenomen.

Verwacht bij garage Beuk geen autoverkopers in ongemakkelijk zittende kostuums en ook geen cleane monteurs. Je krijgt Martin en zijn maat Willem, al jaren. Willem is normaal en neemt altijd zijn jack russeltje mee naar de werkplaats. Martin Beuk is een vreemde snuiter. „Altijd al geweest. Ik flap er van alles uit. Ook tegen klanten, ja. Officieel niet zoals het hoort. Maar de mensen pikken het, gelukkig.”

Het kan dus gebeuren dat je met je auto de smalle toegang instuurt, achter de werkplaats parkeert en vraagt of Martin Beuk even een koplamp wil verwisselen. Het antwoord zou zomaar kunnen zijn: „Kun je dat niet eens zelf, sukkel!? Ik kan het toch ook?”

Hier dient men zich totaal niks van aan te trekken, want diezelfde Beuk komt op zaterdagmiddag buiten werktijd ook naar je toe gesneld om je te helpen met radiatorproblemen. Zo is hij ook wel weer. „Ja, dit is een bedrijf met een z’n eigenaardigheden, onvervangbaar. Het is zoals het is, net als De Smederij van Jaap Eek was, en café Staal. Zoiets vind je nergens anders. Ik ben nog een echte particuliere garage en kan doen wat ik wil. Ik zit niet vast in een format, zoals de meeste garages en dealers van tegenwoordig.”

Psycholoog

Dus gedraagt hij zich ook zoals hij wil. Een klant, zelf psycholoog, zag eens hoe Beuk na een vervelend telefoongesprek ophing en er daarna een minuut lang tamelijk onwelvoeglijke taal uitgooide. „Die zei tegen mij: ’Eén ding is wel zeker, jij zult nooit bij mij in de praktijk terechtkomen’. Dus kennelijk is het toch wel gezond dat ik alles er gewoon uitgooi.”

Waarom hij al als 53-jarige stopt? Beuk is gaan nadenken. Over het leven, gezondheid en de toekomst van het autobedrijf in zijn algemeen. „Ik heb een paar jaar geleden geworsteld met m’n gezondheid. Inmiddels helemaal verholpen hoor, maar het heeft me aan het denken gezet. Ik werk zeseneenhalve dag per week, heb bijna nooit vakantie genomen. Er is meer in het leven. En straks is het misschien te laat.”

Zijn zoon Menno leek enige tijd de troonopvolger, maar had bij nader inzien toch geen zin in het leiden van een eigen bedrijf. „Snap ik ook”, zegt zijn vader. „Wie een eigen zaak heeft, is nooit klaar. En áls je al eens een paar dagen weggaat, ligt er een enorme berg werk te wachten. Administratie, bestellingen, noem maar op. En eigenlijk verwachten mensen van hun garagebedrijf dat-ie altijd open is.”

Martin Beuk heeft ook naar de ontwikkelingen in zijn branche gekeken. En twijfelde aan de toekomst van zijn bedrijf. „Ik denk dat auto’s, zeker als iedereen over een tijd elektrisch rijdt, constant in beheer en onderhoud bij de dealers blijven. Dat je straks je auto thuis kunt laten weghalen en hem een dag later weer terugbezorgd krijgt, na een reparatie of onderhoudsbeurt. Dat kunnen alleen de grote dealers en merken. Ik ben maar alleen, met Willem. Het is net als met de kleine groenteman of slager, die het aflegt tegen de supermarkt. Dat is mijn verwachting.”

Hij was lang officieel Fiat-dealer. Totdat het Italiaanse automerk ineens met een telefoonboek met voorschriften en regels kwam. „Om daaraan te voldoen, dat was waanzin en ik had er geen zin in. Dus: doei met Fiat. Sindsdien ben ik een merkloze garage. Maar nog altijd wel gespecialiseerd in Italiaanse wagens, van Alfa Romeo tot Lancia.”

Hij kon de boel goed verkopen. En wat er straks met het pand gebeurt zal hem een zorg wezen. Zijn vader, die ook bijna dagelijks nog in de werkplaats is te vinden om oude Italiaanse wagentjes te restaureren, steunt hem in zijn beslissing. „Ik heb wel met hem overlegd natuurlijk. Hij heeft het bedrijf zelf opgericht, is met bijna niets begonnen. Natuurlijk respecteer ik onze familiegeschiedenis, maar ik denk dat ik de verstandigste keuze heb gemaakt.”

Dus zijn met ingang van 31 december van dit jaar ook de mooie Fiatjes en Abarths, modellen uit de jaren vijftig, zestig en zeventig, uit de showroom aan de voorzijde verdwenen. Een hobby van vader Siem en zoon Martin. „Naast het normale garagewerk hebben we regelmatig oude, half vergane autootjes opgekocht en weer helemaal in de oude staat teruggebracht. Waarom? Leuk om te doen en het staat mooi in de showroom.”

Inderdaad, in de showroom. Want wie een exemplaar wil kopen, moet van goeden huize komen. „Als iemand zegt dat-ie er in de zomer mee wil rijden en dat hij het wagentje ’s winters onder een zeiltje voor de deur zet, krijgt hij hem never nooit. Dan roest zo’n auto binnen een paar jaar weg.”

Alleen echte liefhebbers hebben een kans. „Kwam een vader uit Laren, die zijn twee afgestudeerde dochters allebei zo’n oldtimertje van mij cadeau wilde doen. Bleek dat hij zelf ook al een garage onder zijn huis had met klassieke auto’s en dat hij er goed voor zorgde. Ja, toen heb ik er twee aan hem verkocht. Het gaat me nooit echt om het geld. Maar het is net als bij iemand die een nest jonge hondjes heeft, die controleert ook of die beestjes wel bij de juiste persoon terechtkomen.”

Lampie

De centen moeten wel worden verdiend. Maar de kans is ook aanwezig dat, als Martin Beuk een goed humeur heeft en je nieuwe koplamp erin heeft gezet, weigert de kosten in rekening te brengen: „Rijen maar. Wat is een lampie nou, op een mensenleven!”

Net binnen