Premium

In 60 seconden: Ongeneeslijke dierenliefde

In 60 seconden: Ongeneeslijke dierenliefde

Ik heb ongeneeslijke dierenliefde. Vliegen en spinnen loods ik met veel mededogen het huis uit. Ooit nam ik het op een Spaans strand op voor een aangespoelde kwal die door twee Spaanse knullen belaagd werd met een schep.

Ik sprak toen nog minder Spaans dan nu, maar kreeg de blagen zover dat ze de kwal netjes naar het water brachten. In plaats van hem te vierendelen met de schep.

De lezer zal begrijpen dat zo iemand als ik haar Hollandse krielkippen pampert dat het een aard heeft. Inderdaad, ik zorg altijd dat er levende meelwormen voorradig zijn om ze te verwennen. Ik moet wel, want voor gedroogde meelwormen halen ze zogezegd de snavel op. Maar deze week moesten ze het er toch mee doen, want...ik was vergeten het bakje in Hilversum aangeschafte levende meelwormen mee te nemen naar huis. Bij thuiskomst merkte ik het pas. Het bakje stond nog op mijn ladenkast onder het bureaublad. Gelukkig had twee schijfjes appel in het bakje gedaan dus ze zouden niet van honger omkomen. Bovendien had ik het deksel open gelaten zodat ze niet zouden stikken. (Ze vallen nogal gulzig aan op die appel en schrokken het naar binnen.) En ja, hoe gaat dat dan verder bij een mens met universele dierenliefde? Die gaat toch piekeren, hè? Het was niet zo erg dat ik besloot om op en neer te rijden naar de redactie, qua stikstof en CO2. Maar er kwam wel een schrikbeeld in me op. Wat nou als ze toch zouden ontsnappen uit het bakje? Meelwormen-oproer? Een vloer vol woedende wormen die de collega’s de stuipen op het lijf jaagt?

Maar niets van dat al. Ze hadden de appel nog niet eens op.

Net binnen