Premium

Docent Erfgooiers College onderzoekt welzijn van leerlingen; ’depressies, burn-outs, prestatiedruk, het komt allemaal voorbij, ik schrik soms van de vele klachten’

Docent Erfgooiers College onderzoekt welzijn van leerlingen; ’depressies, burn-outs, prestatiedruk, het komt allemaal voorbij, ik schrik soms van de vele klachten’
Mirjam Haasnoot.
© Foto Studio Kastermans/Leon Dakkus
Huizen

Een jaar geleden meldde het RIVM dat de mentale druk op jongeren dusdanig toeneemt dat hun gezondheid eronder dreigt te lijden. Sportdocent Mirjam Haasnoot van het Erfgooiers College in Huizen ervaart dat ook in de praktijk. Voor haar studie onderwijswetenschappen is ze nu een onderzoek gestart naar het welbevinden van ’haar’ leerlingen binnen school.

„Kinderen met depressies, burn-outs, leerlingen die last hebben van prestatiedruk. Het komt allemaal voorbij. Ik schrik soms als ik zie hoeveel klachten sommige jongeren hebben”, zegt Haasnoot. „Deze leerlingen zijn vaker absent en hebben duidelijk motivatieproblemen. Als school hebben we daar uitgebreid aandacht voor, maar we zijn uiteindelijk geen medische instelling.”

Hoe kan je als school het welbevinden van leerlingen dan toch verbeteren? Die vraag hoopt Haasnoot met haar onderzoek te beantwoorden. „Er wordt veel onderzoek gedaan naar het welzijn van jongeren, maar vaak wordt er gekeken naar factoren buiten school. Denk aan de fear of missing out, het leenstelsel, sociale media. Ik kijk welke factoren binnen school bepalend zijn.”

En dus krijgen de 62 leerlingen die vrijwillig en anoniem met haar onderzoek meedoen, vanaf maandag zeven dagen lang, tien keer per dag een berichtje op hun telefoon waarna ze een lijstje vragen moeten invullen. Van ’Waar ben je nu’ en ’Met wie ben je’ tot ’Heb je het gevoel erbij te horen’ en ’Ben je tevreden over je inzet op dit moment’.

Haasnoot: „Het gevoel van welzijn wordt bepaald door drie basisbehoeften; de mate van verbinding met andere mensen, iemands competentie en de autonomie die iemand voelt. Worden alle drie de behoeften goed gevoed dan voel je je gezien en kan je beter presteren. Doordat ze deze berichtjes op willekeurige tijdstippen krijgen, de ene keer in de klas, de andere keer tijdens het huiswerk maken of tijdens een bijbaantje, kan ik straks zien in welke context ze het meest voorzien worden in die drie behoeften.”

De Huizense neemt daarin bewust tijdstippen mee buiten de schooltijden. „Dan kan ik de resultaten in en buiten school met elkaar vergelijken.” Ze verwacht dat verbinding een grote rol speelt in hoe jongeren zich voelen. „Aandacht krijgen is een voorwaarde om goed te kunnen leren. Daar probeer ik me bij iedere les bewust van te zijn. Daarnaast ben ik benieuwd hoe autonoom leerlingen zich voelen. Dat is wel wat je als school nastreeft, maar slagen we daar ook in? Ik durf daar geen uitspraken over te doen.”

Als alle leerlingen minimaal 70 procent van de vragenlijsten beantwoorden, is het een valide onderzoek. „Dat is natuurlijk wel spannend. Ze hebben duidelijke instructies meegekregen en mogen op school altijd hun mobieltje bij de hand hebben, maar het blijven natuurlijk wel pubers”, lacht Haasnoot. Komend voorjaar hoopt ze haar conclusies te kunnen presenteren. „Het zou mooi zijn als we hier als school ons voordeel mee kunnen doen. Als die verbinding inderdaad belangrijk blijkt, we dus meer contact maken met leerlingen. Dat we bij wijze van spreken met een dagelijkse aai over de bol al een verschil kunnen maken.”