Premium

Stockholm: citytrip in het groen

Stockholm: citytrip in het groen
© Foto Hedske Vochteloo

Een citytrip naar Stockholm biedt de ideale combinatie van genieten van cultuur én natuur. Scandinavisch design, interessante musea en biologisch eten, maar ook: diepblauwe meren, uitgestrekte naaldbossen en verstilde landschappen.

Zweden is een van de grootste en meest dunbevolkte landen van Europa. Daar merk je in hoofdstad Stockholm niks van. De stad heeft een bruisend nachtleven, een rijk en divers aanbod aan restaurants en veel interessante musea. Bovendien is de stad voor de reiziger die behalve van cultuur ook graag geniet van natuur een ideale bestemming. Rondom de stad bevinden zich een slordige 24.000 eilanden. Vanwege die ligging aan het water wordt Stockholm ook wel het ’Venetië van het noorden’ genoemd.

Een van die eilanden is Tranholmen. Het heeft een oppervlakte van veertig hectare, telt 277 inwoners en is te bereiken met een veerboot. Vanuit het centrum van de stad ben je met de metro binnen tien minuten op station Ropsten, waar je onderaan de Ropsten brygga op de ferry stapt die je na twintig minuten op Tranholmen afzet.

Na een dagje in de stad blijkt het de perfecte plek om tot rust te komen. Elk vakantiehuisje heeft een eigen zwemsteiger en - als je geluk hebt - een sauna en een paar kano’s. Horeca en winkels zijn er niet te vinden. Wel een kleine kudde herten die gewoon van het vasteland naar het eiland zwemmen. Ook vind je er af en toe een verdwaalde vos die na de winter is blijven hangen. Dan vriest de Oostzee dicht en wandelen de dieren moeiteloos over.

Wij logeren bij Bibbi. Ze heeft naast haar huis een ’tiny house’ gebouwd met een fantastisch uitzicht op de Oostzee. We worden vriendelijk ontvangen door hond Boef. Als we ons hebben geïnstalleerd, merken we pas hoe stil het hier is. Behalve het blaten van de schapen, die naast Bibbi’s huis lopen, en het fluiten van de vele vogels is het hier uitgestorven. Die schapen zijn trouwens van de koning, weet Bibbi ons te vertellen.

Authentieke huisjes

Af en toe passeert een eilandbewoner ons stulpje die ons met een vriendelijk ’hey’ begroet. We trekken onze wandelschoenen aan om het eiland te verkennen. In twintig minuten hebben we een rondje om het eiland gemaakt. Na een stille en vooral donkere nacht, duik ik om wakker te worden ’s ochtends in de ijskoude Oostzee. De eerste dag nog met badpak aan, maar als ik de buurvrouw zonder gêne in haar rimpelige blote niks in zee zie duiken, doe ik de volgende ochtend hetzelfde.

Stockholm: citytrip in het groen
© Foto Hedske Vochteloo

Onze eerste stadswandeling voert ons naar Södermalm en misschien wel het mooiste park van de stad: Vitabergsparken. Boven op de heuvel, 46 meter boven de zeespiegel, staat de Sofiakerk. Vanaf de heuvel heb je uitzicht op rode, houten arbeiderswoningen. In de achttiende eeuw was dit de armste wijk van de stad; de authentieke huisjes boden onderdak aan de textielarbeiders die hier woonden. Het park zelf ontstond in 1888. Als je tussen de huisjes door slentert, heb je niet het idee dat je in een grote stad bent.

Aangezien de bezichtiging van de bijzondere huisjes naar meer smaakt, vervolgen we onze ontdekkingstocht te voet oostwaarts. Na een flinke wandeling van zo’n veertig minuten staan we in Tantolunden, een park dat in 1885 is ontworpen door de Zweedse tuinarchitect Alfred Medin. In een zee van groen vind je nog een paar typische rode Zweedse huisjes. De oude houten zomerwoningen zijn gebouwd op een helling. De sprookjestuinen worden omringd door rode hekken, begroeid met stokrozen en zomerbloemen.

Volkstuinen

Tijdens de Eerste Wereldoorlog was er een tekort aan aardappelen en aan ander basisvoedsel in de stad. De gemeenteraad van Tanto schonk de grond toen aan arbeiders die in de naburige suikerraffinaderij werkten. Hun gezinnen legden er volkstuinen aan. Aanvankelijk kweekten ze er aardappelen en andere groente, later begonnen ze ook bloemen en planten te kweken, zoals akonieten, vingerhoedskruid en hondsrozen. In 1917 organiseerden de volkstuinders zich in een vereniging en bouwden ze de simpele hutjes opdat ze er de nacht en later ook de warme zomers konden doorbrengen. Er golden overigens strikte regels voor de grootte en het uiterlijk van de huisjes. Ze mochten bijvoorbeeld alleen, geel, wit of - zoals de huisjes in dit park - rood geverfd worden.

Stockholm: citytrip in het groen
© Foto Hedske Vochteloo

Na de lange wandeling hebben we trek gekregen, want het is koffietijd. Een typisch Zweedse lekkernij is de kanelbullar, een koffiebroodje met een boter-kaneelvulling. De lekkerste eet je bij Fotografiska, het museum voor hedendaagse fotografie in Södermalm. Vooral de kaneelbroodjes met kardemom zijn zeer de moeite waard. Het restaurant heeft over de hele breedte een glazen wand en biedt mooi uitzicht op het water en aan de overkant de wijk Djurgården. Het museum opende zijn deuren in 2010 en is ondergebracht in een voormalige tolhuis.

Stockholm: citytrip in het groen
© Foto Hedske Vochteloo

Inmiddels is het rond de middag en prachtig zonnig . We vinden een bijzondere plek om te picknicken die het mooiste uitzicht op het stadhuis van Stockholm heeft. De Skinnarviksberget ligt in het Noorden van Södermalm en is het hoogste natuurlijke punt van de stad.

Pittige klim

De klim naar boven is pittig. Je waant je even aan de voet van een gigantische berg die je moet bedwingen, maar eenmaal boven blijkt de klim de moeite waard. De berg ligt 53 meter boven de zeespiegel en biedt een prachtig uitzicht op het stadhuis dat tussen 1911 en 1923 is gebouwd door architect Ragnar Ostberg. Op het enorme rotsplateau spreiden we ons picknickkleed uit op de grond.

We sluiten de dag af met een bezoek aan de Stockholm Public Library, de stadsbibliotheek uit 1928 in de wijk Vasastan. Het gebouw is ontworpen door de Zweedse architect Gunnar Asplund en heeft wel iets weg van een Egyptische graftombe. De plek is een walhalla voor boekliefhebbers. De ronde leeszaal, ook wel rotunda genoemd, bestaat uit maar liefst drie verdiepingen en heeft boeken in meer dan honderd talen.

Tot besluit wandelen we naar de Östermalms Saluhall. In deze hal met tientallen eettentjes vind je Lisa Elmqvist. In de bakken met ijs liggen allerlei verse zeedieren zoals zalm, krab en garnalen. De vierde generatie van de familie Elmqvist verkoopt hier al vis sinds 1926. Wij kiezen voor een maaltijd die we mee terug kunnen nemen naar ’ons’ eiland: gerookte makreel met zachte piepers en een overheerlijke botersaus. Een aanrader is ook Urban Deli Nytorget, een hippe en knusse keten die biologische, eenvoudige maaltijden serveert voor een zacht prijsje - tenminste als je de wijn niet meerekent. In de naastgelegen winkel kun je terecht voor Zweedse delicatessen om mee naar huis te nemen.

Net binnen