De Rijnsburgerweg in Leiden werd een Duitse verdediging tegen de invasie

De hoek van de Rijnsburgerweg en de Wassenaarseweg tijdens de oorlog, maar voor de sloop.
© Archief
Leiden

Omdat het 75 jaar na de bevrijding is, plaatsen we nogmaals een artikel uit 2018, van de Leidse archeoloog Ruurd Kok.

Lees hier alle verhalen over 75 jaar bevrijding

Op 7 juni 1944 wordt de internist Jac. J. de Jong gearresteerd als hij foto’s wil maken van de sloop van een aantal huizen aan de Rijnsburgerweg in Leiden. Onder de slopershamer gaat ook de woning van een collega uit het Academisch Ziekenhuis, de chirurg en hoogleraar heelkunde W.F. Suermondt. In totaal moeten twaalf woningen plaats maken voor de aanleg van loopgraven en stellingen.

Vanwege de toenemende dreiging van een geallieerde invasie neemt de Duitse bezetter in de loop van 1944 ook in het gebied achter de kust steeds meer maatregelen. De Rijnsburgerweg is een van de wegen waar versperringen worden aangebracht.

De Leidse winkelier Han de Wilde noteert op 2 april in zijn dagboek: ’Wegen worden met asperges en prikkeldraad tot op een kleine doorgang na versperd (o.a. Rijnsburgerweg bij Posthof).’

De Posthof was een uitspanning die tot 1926 aan de Rijnsburgerweg lag bij de Poelbrug. De naam ging daarna over op een - alweer verdwenen - koffietentje en een woonhuis. De bushalte heet nog steeds zo.

Schootsveld

Het slopen van de huizen op 7 juni lijkt een directe reactie op de geallieerde invasie in Normandië de dag ervoor.

De plannen voor de aanleg van deze verdedigingswerken lagen echter al langer klaar. Een week eerder, op 28 mei schrijft De Wilde: ’De huizen van Professor Suermondt, B. de Koning, Meyer en anderen aan de Rijnsburgerweg, hoek Houtlaan, moeten worden afgebroken en worden thans in allerijl verlaten, omdat er schootveld moet zijn! Geheel Leiden is begaan met de eigenaars, wien dit bittere lot treft.’

Suermondt woonde op Rijnsburgerweg 78, op de hoek met de Wassenaarseweg. Ook het huis van zijn buurman De Koning, op nr. 80, wordt gesloopt. Hetzelfde lot treft de panden Rijnsburgerweg 47a-65, op de hoek met de Houtlaan.

Loopgraven

Anderhalve week later wordt begonnen met de aanleg van de stellingen. Op 16 juli 1944 meldt De Wilde: ’Op de kale vlakten waarop de afgebroken huizen van Professor Suermondt, De Koning, e.a. hebben gestaan, graven ze nu zig-zag loopgraven, evenals in de volkstuinen achter de Houtlaan.’

Om daar cynisch aan toe te voegen: ’Leiden kan gerust zijn, de stad wordt verdedigd en beschermd. Er zijn zeker wel 10 Duitsche joggies van een jaar of 18 die daarvoor zullen zorgen!’ Geallieerde luchtfoto’s tonen de loopgraven in de vrijgekomen hoek tussen Rijnsburgerweg en Wassenaarseweg en er tegenover, op de hoek van de Houtlaan. De mitrailleurnesten zijn zo aangelegd, dat ze de zijwegen bestrijken.

Vuilnisbelt

De verwachte invasie bleef uit. In mei 1945 reden de Canadese bevrijders ongehinderd langs de Duitse versperringen op de Rijnsburgerweg. De kale terreinen aan deze weg bleven nog jaren onbebouwd.

De Leidse Courant meldt op 16 april 1949 dat daar eindelijk verandering in komt: Rijnsburgerweg 80 wordt herbouwd en dat werd tijd ook, want sinds de oorlog ’werd het daar een vuilnisbelt, een wildernis, om van andere dingen nog maar te zwijgen’. Nog in 1952 is achter een nieuw gebouwde villa op de hoek van de Houtlaan een stukje loopgraaf herkenbaar op een luchtfoto.

Wie goed oplet, ontdekt dat de huisnummers 63 en 65 na de oorlog zijn verdwenen. Ook de villa van Suermondt wordt niet herbouwd. Sinds de herinrichting van de Rijnsburgerweg begin jaren zeventig ligt de afslag naar de Wassenaarseweg op het perceel waar zijn huis stond. Nu staat het verkeer er ’s ochtends vast op de rotonde.

Het laatste gat aan de overkant van de weg is pas in 1963 gedicht. Vooral dit appartementengebouw, Rijnsburgerweg 53-61, valt zeer uit de toon naast de historische gevels en getuigt zo nog steeds van de Duitse stellingbouw.

Net binnen