Als 17-jarige al bij het verzet: ’Het wachtwoord ’Ik kom voor het varken’ gaf aan dat het goed zat’

Bevrijdingsdagen, mei 1945: leden van de Binnenlandse Strijdkrachten.
© Bosman, P.J. / collectie Regionaal Archief Alkmaar / FO 1300055
Schagen

Omdat het 75 jaar na de bevrijding is, plaatsen we nogmaals een artikel uit 2005.

Lees hier alle verhalen over 75 jaar bevrijding

,,Honger kenden we niet'', vertelt Jaap Kos, over de Hongerwinter. De Schagenaar woonde gedurende de oorlog in Anna Paulowna. Op zijn zeventiende werd hij de jongste man in het verzet van Anna Paulowna en omgeving.

Bij binnenkomst toont Jaap Kos direct een oorkonde van de Binnenlandse Strijdkrachten. In juli 1945 heeft hij die ontvangen uit de handen van de ondercommandant. 'Ter herinnering aan den gevaarlijken tijd. Daardoor wordt mede tot uitdrukking gebracht de grote waardering voor alle diensten door dit lid bewezen in den ondergrondschen strijd.'

Bescheiden

Kos laat de getuigenis niet zien om aan te geven wat voor heldendaden hij verrichtte in de oorlog. In tegendeel, hij is juist zeer bescheiden. De Schagenaar geeft het ingelijste papier om te bewijzen dat hij de waarheid spreekt. ,,Dat ik niet zomaar wat uit mijn duim zuig.''

Kos werfd door een leraar bij de BS, de Binnenlandse Strijdkrachten gevraagd. Zijn bezigheden bestonden voornamelijk uit het brengen van boodschappen en brieven.

,,De inhoud van de brief wist ik in verband met de veiligheid niet. Ook kreeg ik een wachtwoord mee, bijvoorbeeld: 'Ik kom voor het varken', zodat men wist dat het goed zat.''

Jaap Kos in 2005.
© Archief

Bij de BS beleefde Kos nogal wat angstige momenten. ,,Ik fietste op een keer met een brief in mijn ondergoed over de dijk van Anna Paulowna naar 't Zand. Zie ik ineens een stuk of honderd Duitsers langs de weg liggen. Omdraaien kan dan niet meer, dus ben ik doorgefietst. Gelukkig waren ze aan het uitrusten of iets dergelijks, ze hebben me niet aangehouden.''

Ondanks de angstige momenten vond hij het maar wat spannend. ,,Logisch'', vindt zijn vrouw. ,,Op die leeftijd beschouw je het als een heldhaftig jongensverhaal.''

Honger had Kos niet in die beruchte winter. ,,Mijn oom had een boerderij met koeien, maar ook tarwe en aardappelen.''

Dode muis

De jongen uit de Polder zag echter wel mensen honger lijden. ,,Ik had les op de ulo in Alkmaar. Elke dag reed ik met klasgenoten vanaf Anna Paulowna met de trein naar school. Er zat een jongen bij ons die wél altijd honger had. We zeiden eens tegen hem dat hij een snee brood kreeg, als hij de kop van een dode muis zou afbijten. Hij deed het nog ook.''

,,Wij hebben meerdere Duitsers in huis gehad tijdens de oorlog'', vertelt Kos. ,,Ze werden zonder pardon bij ons ingekwartierd. Zo was er een periode een Duitse kunstenaar in huis, genaamd Georg Lukas. Dat was echt een ontzettend aardige man, geen nazi. Als zijn collega weg was, vroeg hij beleefd aan mijn moeder of hij misschien even naar de radio mocht luisteren. Om vervolgens de Engelse zender op te zetten.''

,,Op een gegeven moment kreeg Lukas mijn nichtje in het oog. En vroeg hij aan mijn moeder of juffrouw Alma misschien mee mocht naar de bioscoop. Dat mocht natuurlijk niet. Hij was een knappe man en heel vriendelijk, dus Alma vond hem ook wel leuk. Maar uitgaan ging te ver, vond mijn moeder.''

Ook bij mevrouw Kos thuis werden Duitsers ingekwartierd. ,,Zelfs tegelijkertijd met een onderduiker'', vertelt ze. ,,De onderduiker zat in een kamer en kon de schoorsteen in vluchten bij gevaar. Dat is gelukkig nooit nodig geweest. De Duitsers verwachtten bij ons geen onderduikers.''