Een invoelende bedrijfsarts of onbehouwen lomperd? Lezers vertellen

© Illustratie Gettys/Mediahuis

Ed Brouwer

Bedrijfsartsen, je kunt het als zieke werknemer goed en slecht treffen. Je hebt empathische artsen en horken, blijkt uit de lezersreacties op het artikel ’Bedrijfsarts niet populair’. Een bloemlezing.

Voor het eerst na 39 jaar werken krijgt Eef Bijvoet* vanwege burn-out klachten een oproep van de bedrijfsarts. Dat geeft spanning vanwege negatieve verhalen van anderen. Het valt reuze mee, al is de diagnose schrikken: ze is er vast niet met twee weken vanaf, negen tot twaalf maanden is waarschijnlijker. „De bedrijfsarts is vriendelijk en vooral empathisch. Dat is superfijn. Zij is loyaal naar de werkgever, maar geeft ook aan naar mij dat er kansen gemist zijn vanuit de organisatie.” Na een half jaar voelt Bijvoet zich niettemin onder druk gezet om te reïntegreren. Ze schiet in een onverwerkt jeugdtrauma. Later heeft ze daar toch goede gesprekken met de bedrijfsarts over. „Zij vertelt dat ze het hele weekend heeft nagedacht wat zij beter of anders had kunnen doen. Het is voor beiden een fijn en verhelderend gesprek en daarna heeft zij zich enorm ingezet voor mij. Ik ben haar daar nog steeds dankbaar voor.”

Vol lof is ook Bert de Waal. Hij hield hele dagen werken niet meer vol en maakte een afspraak bij de bedrijfsarts. „Zij stond open voor mijn verhaal, stelde mijn gezondheid voorop, heeft mij duidelijk geadviseerd en goed met mijn werkgever gecommuniceerd. Zij ontdekte ook wat de vermoedelijke oorzaak was, wat andere artsen niet hadden ontdekt. Uiteindelijk ben ik nu voor 45 procent arbeidsongeschikt verklaard. Ik ben heel tevreden met mijn bedrijfsarts.”

Alexandra Bijl heeft ervaring met verschillende bedrijfsartsen en goede herinneringen aan Luut van der Zwaag die in het verhaal werd geciteerd. Heel veel minder was ooit de arboarts die tijdens haar burn-out informeerde ’of ze na zes weken nou nog niet was uitgeslapen’. „Ik ben er huilend weggegaan. Overigens heb ik tijdens deze burn-outperiode later in het herstelproces wél een fijne arboarts getroffen die wel degelijk in de gaten had wat er aan de hand was. Jaren later had ik een peesschede-ontsteking. Ik was alweer gedeeltelijk aan het werk, de arboarts vond dat ik met een pijnstiller wel weer 100 procent kon werken met als gevolg dat ik daarna voor weken ben uitgevallen omdat ik niet eens een kopje meer kon vasthouden.”

Horkerig gedrag

Echt horkerig kun je het gedrag noemen van de arts waarmee Henk Brussee ooit te maken kreeg. Je mag hopen dat het zó erg niet meer is. „Ik werkte als chauffeur-besteller bij Van Gend & Loos in Leiden. Op een keer had ik mij ziek gemeld omdat ik door mijn rug was gegaan. Al na een dag kreeg ik een keurig kaartje thuis gestuurd met het verzoek mij op het spreekuur van een huisarts te melden. Na enige tijd in de wachtkamer te hebben gezeten kwam de arts uit zijn spreekkamer en vroeg: ’Wie is hier van Van Gend & Loos?’ Drie handen gingen omhoog en zonder naar de reden van ons bezoek of aandoening te vragen riep hij: ’Allemaal aan het werk!’.Verwonderd en verontwaardigd over zo weinig aandacht meldden wij ons op het kantoor. Eén collega, met naar ik meen een gebroken arm, kon gelijk weer naar huis, de ander met griep werd al vloekend door de directeur naar een ’echte’ dokter gestuurd en ik moest aan het werk. De collega met griep werd, nadat hij vanwege transpiratie nauwelijks uit zijn hemd kon komen, door de ’echte’ dokter naar zijn bed gestuurd. En ik moest na een kwartier mijn werk staken vanwege mijn pijnlijke rug.”

De reactie die Inge Damen* van haar bedrijfsarts kreeg, wil je ook niet horen. „Ik kwam daar met ernstige schildklierklachten. Ze vroeg meteen naar mijn privé-situatie, onder andere of ik kinderen had. Ik had er twee in de basisschoolleeftijd. Toen zei ze ’Goh, wel fijn hè, dat je nu niet hoeft te werken’. Het was namelijk herfstvakantie. Ik was zo overdonderd, dat ik van het verdere gesprek bijna niets heb meegekregen. Ik was toen nog jong, als zoiets me nu zou gebeuren, zou ik opstaan en de deur uit lopen. Schandalig gewoon. Gelukkig heb ik er daarna nooit meer een nodig gehad.”

Karin de Winter* zit al 2,5 jaar ziek thuis. In die lastige periode heeft ze tien, vijftien bedrijfsartsen (’niet overdreven!’) versleten. „Alleen over de eerste en de laatste ben ik positief te spreken. Over het algemeen was het hun belang om mij zo snel mogelijk weer aan het werk te hebben, zonder oog te hebben voor het feit dat ik eerst moest herstellen. Nu de druk om zo snel mogelijk weer aan het werk te kunnen eraf is, kom ik eindelijk weer verder in mijn herstel.”

Eén nul achter

Ook iemand met goede en minder goede ervaringen is Cor de Groot. Voor hem staat wel vast: „De bedrijfsarts zit er in de eerste plaats voor de werkgever. De werkgever betaalt en wie betaalt bepaalt. Hij krijgt ook de eerste informatie van de werkgever en niet van de patiënt, hij heeft dus voorinformatie en dan sta je als werknemer eigenlijk al met één nul achter.”

De Groot kreeg de indruk dat de arts geen eerlijke informatie over hem van de werkgever kreeg. De arts was voor zijn kritiek echter ongevoelig. „Ik heb mijn maatschappelijk werkster een keer meegenomen en die kwam tot dezelfde conclusie. Arrogant, overrompelend en geen parate kennis over wat ik heb.” Door open en eerlijk te blijven, zegt De Groot, won hij op den duur wel het vertrouwen van de arts en adviseerde deze in zijn belang.

Op latere leeftijd kreeg ook Jan Tuin* met de bedrijfsarts te maken door langdurige fysieke klachten die ook mentaal aan hem ging knagen. Hij trof het beter. „Elke zes weken een afspraak met de bedrijfsarts en nooit een overgeslagen. Ik mocht van geluk spreken dat ik een hele goede arts had, hij krijgt een dikke pluim. Er werd naar mij geluisterd. Halverwege het traject leek het de goede kant op te gaan. Ik leek bijna hersteld toen het toch weer mis ging. Aan zijn opmerking ’dan neem je toch ontslag bij je werkgever en zoek je wat anders’ kon ik merken dat hij ook in belang van de werkgever zijn taak moest uitvoeren, maar hij heeft het nooit opgedrongen. Een bedrijfsarts is er zeker voor jou. Heb vertrouwen en vraag desnoods steun via vakbond of wie dan ook om zelfverzekerd in je schoenen te staan.”

Second opinion

Weinig invoelend was de bedrijfsarts waar Marjolijn de Vries* zich moest melden omdat ze al vier maanden zwaar depressief thuis zat. „Na het benoemen van mijn klachten concludeerde ze gelijk dat ik niet ziek was, en kon starten met re-integratie. Zij maakte de opmerking ’Je bent niet ziek maar vangt toch je maandelijkse salaris’. Zij heeft totaal niet gevraagd naar mijn achtergrond waaruit bleek dat mijn depressieve klachten een terugkerend patroon was en al jaren een belemmering was en een rol speelde in mijn leven. Hierdoor voelde ik mij niet serieus genomen, niet gehoord en had het gevoel dat het besluit van het re-integratietraject al genomen was nog voordat zij een woord met mij gesproken had.”

Wat niet iedere werknemer zal weten, is dat je wettelijk recht hebt op een second opinion als je twijfelt aan de beslissing van je bedrijfsarts. Marjolijn de Vries maakte daar gebruik van. „Hoewel ik toen de energie er niet voor had, heb ik dit met behulp van onder andere de rechtsbijstand en familie toch gedaan en achteraf gezien is dit ook goed geweest. Het UWV heeft mij na een persoonlijk consult in het gelijk gesteld. Ook de arts van het UWV was van mening dat ik nog niet aan het werk kon.”

Dank aan alle lezers die een reactie instuurden.

*) naam op verzoek gefingeerd

Net binnen