Pupillen Hilversumse skitrainer kunnen eindelijk weer los

Rene Rijsdijk inspecteert de piste tijdens een regionale wedstrijd in het Oostenrijkse Fageralm.

Rene Rijsdijk inspecteert de piste tijdens een regionale wedstrijd in het Oostenrijkse Fageralm.© Foto 247sportfoto.com

Kees van Dalsem
Hilversum

Elke sport wordt getroffen het coronavirus, maar diverse Nederlandse skitalenten van Snowsports Acadamy Racing hebben al meer dan een jaar geen wedstrijd in de echte sneeuw gehad. Pas de afgelopen weken konden de pupillen van trainer René Rijsdijk weer los.

Voor niemand is het een makkelijke tijd, maar René Rijsdijk was de afgelopen twee jaar vaker aan het slalommen tussen de coronamaatregelen, dan dat hij zich bezighield met de trainingen in de Oostenrijkse sneeuw. De trainer uit Hilversum moest zelfs zijn samenwerking met de Nederlandse topper Adriana Jelinkova stopzetten: daar had hij geen tijd meer voor. „Gelukkig heeft ze onder haar nieuwe trainer stappen gemaakt en zich geplaatst voor de Olympisch Winterspelen in Peking.”

Uitvalsbasis

Rijsdijk nam in 2016 Snowsports Acadamy Racing over van oprichter Edwin Abels. Abels is nog wel de eigenaar van de Snowsports Academy, een opleidingscentrum voor skileraren dat - net als de sporttak - gevestigd is in Limmen. De Hilversummer woont echter in Zell am See in Oostenrijk, waar ’Racing’ een eigen huis heeft waar de Nederlandse talenten kunnen verblijven. „Zell am See is voor ons een ideale uitvalsbasis. Hier in de regio Salzburgerland zijn heel veel skigebieden, we zouden in de zomer zelfs nog op de gletsjer van Kaprun kunnen skiën.”

Door het coronavirus zag het programma van de talenten van Snowsports Acadamy Racing er heel anders uit. De afgelopen tijd werd er eigenlijk alleen maar in Nederland geskied op de outdoor- en indoorbanen. „Deze winter hebben we pas weer mee kunnen doen aan wedstrijden in de bergen. Vanuit de bond wordt er niks georganiseerd, maar we kunnen wel meedoen aan regionale wedstrijden.”

En dat doen de skiërs van Snowsports niet onverdienstelijk. „Ze eindigen regelmatig in de toptien tussen de plaatselijke skiërs, dat vind ik na zo lang geen wedstrijd te hebben geskied best knap.”

Voor Rijsdijk is het een gedoe om alle coronaregels uit te pluizen: voor elk land zijn ze anders. „Voor Oostenrijk is een boosterprik weer verplicht als je het land wilt binnenkomen. Sommige leden van onze trainingsgroep hebben pas een paar weken geleden hun tweede vaccinatie gehad, dan kan je in Nederland nog geen booster halen.”

Het is dus roeien met de riemen je hebt voor Rijsdijk. Komende week doet een groep van Snowsports mee aan een grote wedstrijd in Italië. „De Alpe Cimbra FIS Children Cup staat bekend als het WK voor scholieren. De internationale wedstrijden zijn door de bond een beetje tussen de verschillende skiracingteams verdeeld. Wij mogen naar Alpe Cimbra.”

Alpa Cimbra

Rijsdijk hoopt natuurlijk een opvolger van Adriana Jelinkova – de eerste vrouwelijke skiester op de Winterspelen sinds Margriet Bouma in 1952 - te kunnen afleveren. Maar daarvoor moeten de Nederlandse junioren een lange adem en een volle portemonnee hebben. „We moeten heel zuinig zijn op onze talenten, want we kunnen niet beschikken over het blik skiërs dat Oostenrijk kan opentrekken. Voor de Nederlandse jeugd tot zestien jaar is het wel goed geregeld, er zijn verschillende Nederlandse team, zoals ook Ski Racing Heemskerk. Maar wil je echt doorbreken als senior, dan kost dat tienduizenden euro’s per jaar.”

Geld dat de talenten zelf moeten betalen, want vanuit de Nederlandse Ski Vereniging is er geen budget. „In Nederland gaat het geld dat beschikbaar is voor topsport alleen naar de disciplines waarin medailles verdiend kunnen worden. Maar het is helemaal niet meer zo vanzelfsprekend dat ’sneeuwlanden’ alle medailles winnen. Een ’laagland’ als Groot-Brittannië doet het op de ski’s ook heel goed. Sowieso doen er op bijvoorbeeld de slalom in de top skiërs uit twintig verschillende landen mee. Daarvoor hoef je nu echt niet meer uit de Alpen te komen.”

Net binnen