Successen moet je met collega’s vieren | column

Maaike van der Plas

Tijdens mijn onderzoeksperiode heb ik de artsenkamer (een waar kippenhok) verruild voor een klein kantoortje (door mijn collega’s liefdevol ’de bezemkast’ genoemd) waar ik in mijn eentje zit.

Het is dan ook een welkome afleiding om halverwege de dag een berichtje te ontvangen op de groepsapp dat het tijd is voor de lunch. Uit verschillende hoeken van het ziekenhuis haasten mijn collega’s en ik ons naar het restaurant.

Aan ons eigen onderzoekstafeltje worden de ervaringen van de ochtend uitgewisseld. Problemen met de wispelturige MRI-scanner of de eindeloze bureaucratie rondom het opzetten van een nieuwe studie passeren de revue, maar ook de kleine successen die we meemaken.

Als het mijn beurt is om te vertellen over mijn dag, valt er een respectvolle stilte. „En je hebt dat binnen een week voor elkaar gekregen?”, vraagt één van mijn collega’s vol ongeloof. Haar toon suggereert dat een nominatie voor de Nobelprijs aanstaande is. „Binnen een week”, bevestig ik plechtig.

Menig onderzoeker fantaseert over baanbrekende ontdekkingen. Het is een droom om iets te vinden dat daadwerkelijk patiënten helpt en jouw vakgebied ten goede verandert. De realiteit is echter dat de meeste medische onderzoekers geen nieuwe medicijnen uitvinden of wereldschokkende ontdekkingen doen. De weg voorwaarts is vaak kronkelig, met doodlopende afslagen her en der.

Veel ideeën werken uiteindelijk niet, wat ook een heel relevante bevinding kan zijn, maar meestal niet een die tot grote kantenkoppen gaat leiden. In het beste geval voegt veel onderzoek stukjes kennis toe aan het grotere geheel, wat uiteindelijk kan leiden tot een doorbraak. En soms zorgt het er simpelweg voor dat andere mensen niet ook een dwaalspoor volgen.

De dagelijkse praktijk van onderzoek doen is een opeenvolging van kleine nederlagen en overwinningen. Al vroeg in mijn leerproces hebben mijn collega’s mij duidelijk gemaakt dat je de successen moet vieren. Een bepaald aantal inclusies in de studie, een onverwacht soepele ruggenprik, het definitief maken van een set MRI-scores, of het insturen van een artikel naar een wetenschappelijk tijdschrift: het zijn allemaal redenen om elkaar even een schouderklopje te geven. Dat compenseert voor alle zaken die niet volgens plan lopen.

Naarmate je vordert in het onderzoek, wordt de schaal van de triomfen en de verliezen waarschijnlijk groter. Ik ben wat dat betreft nog een beginneling. Zowel euforie als wanhoop zijn mij vooralsnog bespaard gebleven. Elke dag voeg ik kleine bouwstenen toe aan mijn projecten, tot ik hopelijk ooit echt iets kan vieren. Vandaag is weer een stap in die richting en het respect naar aanleiding van mijn prestatie van die ochtend doet mij goed.

Wanneer nog een onderzoeker zich bij onze tafel voegt, maken mijn collega’s hem al snel deelgenoot van mijn ongebruikelijke succes: „Heb je al gehoord wat Maaike voor elkaar heeft gekregen? Ze heeft binnen één week drie medisch specialisten bij elkaar aan tafel gekregen voor een overleg! En geen van de drie heeft last-minute afgezegd, was de afspraak vergeten of werd weggebeld voor een spoedgeval!”

Opnieuw felicitaties. Ik hoop alleen wel dat ik niet te vroeg gepiekt heb.

Net binnen