Dit is de reden dat we massaal die ’heidense boom’ in onze huiskamer zetten bij kerst

© Foto 123RF

Nanska van de Laar

Staat-ie al, de kerstboom? Het lijkt of we ons thuis steeds vroeger in kerstsfeer hullen, maar waarom toch altijd die boom? Die heeft van oorsprong weinig van doen met het christelijke kerstfeest, weet historicus Enne Koops.

Nee, met kerst heeft die boom oorspronkelijk niets te maken. En dat het een dennenboom is, is ook alleen maar ingegeven door het feit dat deze boomsoort in de winter groen blijft, terwijl andere bomen dan bladloos zijn. „Bij de Romeinen en Germanen stonden groene bomen en takken symbool voor vruchtbaarheid en goddelijkheid. De groene boom kondigde ook de nieuwe lente aan, een tijd van bloei. Daarom zetten de Germanen tijdens de midwinternacht, de kortste dag van het jaar, een groene boom neer. Vaak in het midden van het dorp. Deze werd dan versierd met appeltjes en andere attributen, die het begin van een nieuw seizoen aanduidden”, vertelt Enne Koops, die voor het geschiedenisplatform Historiek uitzocht waar onze kerstboomtraditie vandaan komt.

Overgewaaid dus van onze oosterburen, want daar raakte het gebruik van de versierde boom in de vijftiende eeuw ook in schwung tijdens christelijke winterfeesten. „In de 16e en 17e eeuw plaatsten ook de rijkere Duitsers een boom in hun huis. Ze hingen appeltjes in de boom, een verwijzing naar de zogenoemde ’Adam en Eva’s dag’ op 24 december.”

Commercieel

De Britse adel nam dit gebruik al snel over en gedurende de 19e eeuw ging ook de rest van Europa aan de kerstboom. In Nederland om te beginnen bij de vrijzinnig protestanten en via de zondagsscholen, waar het rond kerst een traditie werd een boom neer te zetten, kwam de kerstboom ook bij andere huizen binnen. „Bij de rooms-katholieke kerk ging dat niet van harte, want die was - vooral het Vaticaan - in de 19e en 20e eeuw fel tegen de kerstboom. Dat was een heidens gebruik en er werd dan ook vanuit de kerk gewaarschuwd tegen de heidense kerstgebruiken. Niet eerder dan in 1982 stonden er voor het eerst kerstbomen in het Vaticaan in Rome.”

Hoe anders keek men er in de Verenigde Staten tegenaan. Daar begon de kerstboomtraditie rond 1800 en het duurde zo’n vijftig jaar voordat de kerstboom er commercieel werd. „De bomen werden steeds groter en telkens uitbundiger versierd. In het Witte Huis stond in 1853 de eerste kerstboom, al heeft later president Theodore ’Teddy’ Roosevelt in 1901 nog geprobeerd de kerstboom te verbieden. Het was de gewoonte om de bomen uit de bossen te halen en volgens de president was dit desastreus voor de bomenvoorraad. De twee zoons van Roosevelt kwamen in actie en schakelden natuurbeschermer Gifford Pinchot in, die de president ervan overtuigde dat het kerstboomgebruik niet schadelijk was voor de Amerikaanse bebossing.”

Naamgenoot en tevens president Franklin D. Roosevelt zag er wel handel in. Hij startte in 1930 een eigen kerstboomboerderij op zijn landgoed in Hyde Park in de Amerikaanse staat New York. Hier werden kerstbomen geplant voor commerciële doeleinden.

Hergebruik

Het alternatief, de kunstkerstboom, is overigens ook niet van gisteren. Diverse winkelketens begonnen namelijk al in 1883 met het verkopen van kunstbomen. „De eerste kunstmatige kerstbomen bestonden uit vijfentwintig losse takjes die opgetuigd werden met roodkleurige bessen. In de jaren 20 van de vorige eeuw werd de kunstboom pas echt populair, vermoedelijk ook door de economische crisis van de jaren 30: hergebruik van nepbomen was voordeliger dan elk jaar een nieuwe boom kopen.”

En misschien ook wel duurzamer, zeggen we er vandaag de dag ook bij. Die Teddy Roosevelt was misschien zo gek nog niet.

Net binnen