Een drama in ’Ik Vertrek XL’. Hans, die goedzak in zijn rode bodywarmer, is ineens dood. ’Dat hij alleen gestorven is maakt het extra wrang’

Een foto uit de begintijd, toen Hans nog volop meekluste. Rechts staan Ada en Wim van Eden© Foto Avro/Tros

Marten Visser
Poffabro

Half Nederland pinkt tijdens Ik Vertrek XL voor de televisie een traantje weg, als deelnemer Hans Dekkers onverwacht overlijdt. Hij maakt de afronding van zijn grote droom, een eigen bed and breakfast in Italië, niet meer mee. Zijn weduwe Marja en huisvriend Renzo zetten door. „We zijn er nog veel harder tegenaan gegaan.”

Oudejaarsnacht in Noord-Italië. Duizenden twinkelende sterren verlichten de pikdonkere hemel. Op het dorpsplein van Poffabro luiden Marja en Hans Dekkers het jaar 2022 in. De jaarwisseling verloopt rustig in Italië, zeker in dat piepkleine dorpje halverwege de berghelling. Vuurwerk, daar doen ze hier niet aan. Maar ergens in het luchtruim brandt een lichtje speciaal voor Marja en Hans. In de wensballon die ze zojuist hebben opgelaten.

Ze volgen met hun ogen het schijnsel van het vlammetje, dat langzaam vervaagt naarmate de ballon verder naar het dal zeilt. Wat ze hebben gewenst bij het oplaten van de ballon? Dat het eens afgelopen mag zijn met al die tegenslagen die ze meemaken bij de verbouwing van hun groepsaccommodatie annex bed and breakfast, een paar kilometer verderop. Dit jaar moet die verbouwing echt af komen, nog meer vertraging kunnen ze niet gebruiken. Ze kijken elkaar aan en denken het zelfde: 2022 gaat hun jaar worden.

Weten Marja en Hans veel dat het noodlot op dat moment al in de startblokken staat?

Valpartijtje

„Twintig dagen later stond de wereld op zijn kop”, zegt Marja Dekkers dik tien maanden later.

Amper drie weken nadat ze samen toosten op een voorspoedig 2022 is haar Hans er niet meer. Hij raakt het ziekenhuis in, na wat op het oog een onschuldig valpartijtje lijkt. Die is snel weer thuis, denkt Marja dan nog. En Hans ook. Geen zorgen, zegt hij. Komt goed.

Toch niet. Het ondenkbare gebeurt: Hans overlijdt op 21 januari in het ziekenhuis, amper vier dagen na zijn valpartij. Hij wordt maar 65 jaar oud. Het ergste is dat hij alleen is gestorven, zegt Marja. Ze wordt door de Italianen, die dan nog volop in de coronapaniek zitten, vrijwel helemaal buiten het ziekenhuis gehouden. Krijgt uiteindelijk zelfs via de telefoon het tragische nieuws te horen. „Dat-ie daar zo alleen is gestorven is heel wrang. Misschien heeft-ie wel gedacht dat ik niet wilde komen.”

(Tekst gaat door onder de foto)

Wie de centrale ruimte van Casa Tramonto Friulano binnen stapt kan niet om Hans heen. Zijn bodywarmer en foto hangen prominent aan de muur.© Foto Mediahuis/Marten Visser

Aan tafel in hun huis aan dat pittoreske pleintje van Poffabro praat Marja er vrij nuchter over. Ze houdt zich sterk, maar het verdriet zit nog dicht aan de oppervlakte. De tranen ook, dat zie je. Ze laat ze niet toe. Nu niet. Marja kiest haar momenten. Soms mogen de tranen komen. Ze wijst naar de foto van Hans, die op een prominente plek in de woonkamer hangt.

Hij kijkt vrolijk in de lens, heeft zijn onafscheidelijke rode bodywarmer aan. Deze man is gelukkig, dat zie je. De foto is gemaakt hoog in de bergen achter hun huis, zegt Marja. „Hans kwam er graag. Van de week waren we weer even op die plek. Dan komen de tranen. Dan is het huilen, dan laat ik het toe.”

Maar vaak ook niet. Want ja: je moet toch door. Zo simpel is het toch? Naast haar aan tafel knikt boezemvriend Renzo Rosa Bian. Stoppen met hun bouwproject, na de dood van Hans? Geen haar op hun hoofd die er aan denkt. Tuurlijk niet. Ze zijn er juist extra hard tegen aan gegaan. Dit moet slagen. Nu helemaal. Voor Hans.

(Tekst gaat door onder de foto)

Smalle straatjes in het centrum van Poffabro.© Foto Mediahuis/Marten Visser

Het is zo’n project waarvan je als televisiekijker denkt: waar beginnen die lui aan? Een krot waar al jaren niks aan gedaan is, waar het binnen net zo hard regent als buiten, waarvan het dak al vrijwel weg is. Hoe ga je dat in hemelsnaam weer bruikbaar maken? Marja, Hans en Renzo zien het voor zich. En gaan moedig aan de slag. Samen met Ada en Wim van Eden uit Veenendaal. Die zijn op het moment dat de verslaggever te gast is in Italië in Nederland. Ze proberen hun huis te verkopen zodat ze definitief aan la dolce vita in hun droomland kunnen beginnen.

Toevluchtsoord

Het uitzicht vanaf het dorpsplein van Poffabro.© Foto Mediahuis/Marten Visser

Marja en Renzo hebben al een plekje in Italië. Een leuk huis aan dat dorpspleintje in het bergdorpje Poffabro. Ze hebben het, met Hans samen, gekocht en verblijven er regelmatig. Ze gedijen goed in Italië. Het is een leven dat hen past. Meer bewust genieten. Van de omgeving, het lekkere eten, de ruige bergen. Kom maar langs in Poffabro, hebben Marja en Renzo tegen de verslaggever gezegd.

Lees ook: Dood van Hans uit Den Helder in ’Ik Vertrek XL’ slaat bij veel kijkers in als een bom: ’Wat verschrikkelijk’

Wel even opletten. Eerst navigeren naar het centrum van Maniago, onder aan de berg. Daar pas ’Piazza XX Settembre’ in Poffabro intoetsen. Anders word je aan de verkeerde kant de berg op gestuurd en dan heb je een probleem. Daar zijn de straatjes zo smal dat er niks anders op zit dan de auto aan de rand van het dorp te laten staan en lopend verder te gaan.

Poffabro is zo’n typisch slaperig Italiaans bergdorpje. Er wonen amper 150 mensen. Toch heeft het dorp nog een restaurant, een café, een dorpswinkeltje, zelfs een postkantoortje. En een katholieke kerk uiteraard. Met een pastoor die zich ’s ochtends om zeven uur in de handen spuugt om vervolgens met 168 welgemikte slagen van de klepel (Marja heeft ze wel eens geteld) de dorpelingen luid galmend uit te nodigen voor de vroege mis.

’Het kan net’

De verkoop van tulpen was het handeltje van Hans. Het wordt voortgezet door Renzo en Marja.© Foto Mediahuis/Marten Visser

In Poffabro zijn de steegjes zo smal dat je je er met een flinke rugzak op probleemloos kunt klemlopen. De straten zijn niet veel breder. Het gebeurt regelmatig dat toeristen denken: ’het kan net’. En zich dan hopeloos klem rijden. „Kort geleden nog”, zegt Marja. „Mensen met een gloednieuwe Fiat 500. Gehuurd op het vliegveld, een paar honderd kilometer op de teller. Ze zaten helemaal vast, dikke schade aan beide kanten.”

Met Hans runt Marja in Den Helder jarenlang een vloerenbedrijf. Renzo, die op school niet echt wil deugen, komt er als puber van een jaar of zestien te werken. Hij verliest zijn ouders op jonge leeftijd en met Marja en Hans klikt het enorm. Ze noemen hem wel eens hun ’aangenomen zoon’. Renzo is ook buiten werktijd kind aan huis bij de twee. Hans maakt er dan al geen geheim van: ooit gaan ze de bakens verzetten, hun leven omgooien. Ooit vertrekken ze naar het buitenland om te gaan genieten van het leven.

Marja: „Dat zei hij op zijn twintigste al. Maar ja: toen kregen we kinderen. Het kwam er niet direct van. We hebben altijd gezegd: we moeten niet wachten tot we met pensioen gaan. ’Er zijn zoveel mensen die nog van alles willen en er dan op hun 65e uitstappen’, zeiden we dan. Een beetje wrang, met wat je nu weet.”

Dat Hans en Marja uiteindelijk zo verknocht raken aan Italië mag je hem aanrekenen, zegt Renzo. Hij is geboren in Den Helder, maar zijn opa en oma komen uit Maniago, het stadje onderaan de berg.

(Tekst gaat door onder de foto)

Marja en Renzo toosten op 2023, ze hopen dat tegenslagen hen dit jaar bespaard blijven.

Dom liggen kijken

„Opa was terrazzowerker en zette zijn werk voort in Den Helder. Wij kwamen met m’n ouders vaak in deze regio, later ging ik alleen. Ik voel me hier enorm thuis. De bergen, de natuur, de vrijheid. Marja en Hans gingen altijd op vakantie naar Spanje, een beetje dom liggen kijken op het strand. Toen zei ik: jullie moeten eens naar Italië gaan. En zo zijn ze ook verliefd geraakt op het Italiaanse leven.”

Hans neemt een stukje Hollands glorie mee naar zijn tweede vaderland. Hij maakt de Italianen enthousiast voor de Noord-Hollandse tulp. Overal en nergens verkoopt hij ze, in steeds meer Italiaanse tuintjes staan ze. Het levert hem een schare vrienden en kennissen op. Iedereen kent die boomlange Nederlander met zijn gulle lach. ’Retourhandel’ is er ook.

Ze zetten een handeltje op in wijn en andere lokale producten. Geregeld rijden ze met een bus vol fijne wijnen en worst uit de regio naar Nederland. Maar op de achtergrond sluimert steeds die grote droom: een mooi oud pand verbouwen tot bed and breakfast. Marja: „We waren al een tijd op zoek, vooral aan de kust. Werd niks. Toen raakten we beneden in het dorp in gesprek met de kebabboer. Die vroeg of dat pand in Borgo Polaz niet wat voor ons was?”

Erfgenaam

Op het dorpsplein van Poffabro staat een bankje ter nagedachtenis aan Hans.© Foto Mediahuis/Marten Visser

Ja dus. Ze doeken hun vloerenbedrijf op en gaan er voor. De camera’s van Avro/Tros registreren alles. En zo zien honderdduizenden kijkers van ’Ik Vertrek XL’ hoe het bloed, zweet en tranen kost om dat oude gebouw te redden. Hoe ze zwoegen om de verrotte balkons van nieuw hout te voorzien, hoe het dak dreigt in te storten, hoe lastig het is om het pand echt op hun naam te krijgen, omdat er wellicht nog een erfgenaam is die bezwaar wil maken. Hoe ze na elke tegenslag de rug rechten en doorgaan. Met een ijzeren wil en een onstuitbaar optimisme.

Er wordt al geklust voor het pand officieel van hen is. Renzo: „We hebben wel gegokt, ja.” Marja: „Je kon niet naar de bovenste verdieping, dat was echt levensgevaarlijk. Toen hebben we voor een paar duizend euro hout gehaald en zijn we aan de gang gegaan. Je moet bij dit soort dingen ook durven.”

Totale rust

Uiteindelijk komt het goed. Na maanden klussen ziet het pand er weer prachtig uit. Met nieuwe balkons, een nieuw dak, een mooie grote keukenruimte, vijf nette gastenkamers, goed sanitair. Wie een nachtje boekt in wat ze Casa Tramonto Friulano (de zonsondergang van Friuli) hebben gedoopt dompelt zich onder in totale rust.

(Tekst gaat door onder de foto’s)

En ook hier zullen ze het dak moeten maken.

Marja en Renzo in Borgo Polaz.

We rijden achter Marja en Renzo aan om het allemaal met eigen ogen te kunnen zien. De weg kronkelt zich bocht na bocht richting het dal. Op tijd in de ankers als je het bordje Borgo Polaz ziet, anders heb je het piepkleine bergweggetje dat je moet nemen om in het gehucht te komen zomaar gemist. Zes of zeven huizen staan er, meer niet. Het geluid van de buitenwereld dringt hier nauwelijks door. „Hoeveel mensen hier wonen?” Renzo telt ze even na op zijn vingers. „Een stuk of dertien, als iedereen thuis is.”

Buurvrouw Sylvana, al dik in de tachtig, is thuis vandaag. Ze hangt over haar ongeverfde balkonhekje en is blij haar Nederlandse klusburen weer eventjes te zien. Ze ratelt in rap Italiaans tegen Marja en Renzo. Over haar bejaarde hondje, doof en bijna blind, dat alleen het bos in is gelopen. En niet meer terug is gekomen.

„Opgegeten door een wolf. Of een lynx, denkt ze”, vertaalt Renzo. Vanaf de balkons van Casa Tramonto Friulano is het uitzicht over het dal adembenemend mooi. Een ansichtkaart. Marja en Renzo hebben laatst eens een nachtje doorgebracht in een van de gastenkamers. „Ik wilde het zelf ervaren”, zegt Marja. „Totale rust. Je ziet aan de overkant de hertjes lopen. Geweldig.”

(Tekst gaat door onder de foto’s)

Een paar huizen en veel groen: meer is Borgo Polaz niet.© Foto Mediahuis/Marten Visser

Uitzicht vanaf een van de balkons.© Foto Mediahuis/Marten Visser

Zo verschrikkelijk jammer dat Hans het allemaal niet meer mee mag maken. Hij is nog duidelijk aanwezig. Beneden, aan de muur van het halletje, hangt hoog aan een balk zijn fotootje. Aan een spijkertje in de wand bungelt de rode bodywarmer waar hij zowat in woonde. Een tastbaar eerbetoon aan die markante kerel. Eigenlijk kan Marja ook nu, tien maanden later, nog niet bevatten wat er gebeurd is.

Ze ziet hem op die rampzalige 17e januari nog van het trappetje in hun huis vallen. „Hij wilde ’t snoer van de stofzuiger inrollen, duwde met zijn voet op die knop, maar dat ding stond niet stabiel op ’t trappetje.” Ze blijft even stil. Vervolgt dan: „Ik zei nog tegen hem: ’je maakt nog eens een doodsmak’, niet wetend dat het echt zo was.”

(Tekst gaat door onder de foto)

Marja en Renzo op het balkon van een van hun gastenverblijven.© Foto Mediahuis/Marten Visser

Hans raakt naar het lokale ziekenhuis, al te veel zorgen maken ze zich niet. Hans moet het alleen zien te rooien. De coronapaniek heerst nog volop in Italië, Marja mag het ziekenhuis niet in. Dan wordt Hans overgeplaatst naar een ziekenhuis in Udine, een stad op een uurtje rijden. Hij heeft inwendige bloedingen. „Ze ontdekten dat hij gaten in zijn nier had.”

Het is wellicht een gevolg van de diabetes van Hans waar hij niet al te zorgvuldig mee omspringt. Hij heeft nog wat andere kwaaltjes en is met zijn 130 kilo niet bepaald de lichtste. Maar Hans gaat altijd gewoon door. Marja: „Hij wilde leven. Je hoort me in ’Ik Vertrek’ zeggen: ’hij ligt liever vijf jaar eerder in zijn kistje’. Dat klinkt hard, maar zo was het.”

Dwalen

Hans Dekkers in zijn element.© Foto Marja Dekkers

Op televisie zie je Marja dwalen door Udine, op zoek naar haar Hans. Hij heeft met de telefoon van een personeelslid gebeld en gezegd dat hij geopereerd is en op ’Medicina 7’ ligt. Welk ziekenhuis? Hans weet het niet. En dan valt de verbinding weg. Marja gaat op zoek. „Maar er zijn vijf ziekenhuizen in Udine. In het universitair ziekenhuis maakte ik de meeste kans, zeiden ze. Dat heeft zestien gebouwen. En elk gebouw heet Medicina en heeft een kamer 7.”

Marja vergeet zelfs in deze emotionele tijden niet om alles vast te leggen met haar eigen cameraatje. Het levert aangrijpende beelden op. Van een vrouw, die eenzaam en alleen op zoek moet naar haar geliefde echtgenoot. „Ik heb niet geschroomd om ook dit te laten zien. Dat hoort er bij als je aan zo’n project begint. Ik ben altijd mezelf gebleven.”

Op afstand

Marja en Renzo proosten op een goed 2023.© Foto Peter van Aalst

Maar ze kan hoog springen of laag springen: het ziekenhuis komt ze niet in. Telkens weer zo’n barse bewaker die haar op afstand houdt. Ze krijgt wel een telefoonnummer. En krijgt Hans woensdag eindelijk aan de lijn. ,,Hebben we hartstikke leuk zitten praten, later op de avond werd hij wel een beetje verward.’’ Een dag later, donderdag, mag ze ineens toch even langs komen. Een kwartiertje, langer niet. Mondkapje op, beschermend pak aan. ,,Vasthouden mocht niet. Krijg de ziekte maar, dacht ik. Ik heb ’m even lekker vastgepakt.’’

Hans is verdoofd, dat wel. Maar ook dan lijkt alles nog mee te vallen. Tot er ’s nachts om drie uur een telefoontje komt van de artsen. Marja schetst het gesprek. ,,De arts zei dat ze Hans z’n nier hadden gerepareerd. Maar dat-ie er een longontsteking bij had gekregen. Niet zo mooi, zei ik. ’Hoe gaan we dan verder?’ Zegt die arts: ’Hoe bedoelt u verder? Hij is dood’. En een paar uur later zat ik bij de begrafenisondernemer. Ik wist echt niet dat hij zo ziek was. Anders was er tijd genoeg geweest om onze dochters over te laten komen.’’

(Tekst gaat door onder de foto)

Casa Tramonto Friulano.© Foto Mediahuis/Marten Visser

Die krijgen de onheilstijding nu in Nederland, net als Renzo. ,,Ik was verdorie net voor een klusje in Nederland.’’ Natuurlijk vragen ze het zich af: is het allemaal wel goed gegaan in dat ziekenhuis? Er is overleg met een advocaat. Gaan ze procederen? Nee, besluit Marja. ,,De waarheid ga je niet meer achterhalen. Ik ga er geen tijd in steken, ik besteed mijn tijd liever aan andere zaken.’’

Hans krijgt een mooie uitvaart. In dat katholieke kerkje naast hun huis, aan het pleintje waar hij zo graag stond te ouwehoeren met alles en iedereen. Tegen hun huisje staat een bankje met zijn naam er op. Zijn tafeltje met tulpen staat er nog. Marja en Renzo houden het in ere. Geregeld verdwijnt er een zakje. En nooit vergeet de klant de vijf euro in het kastje aan de gevel te doen. Renzo: ,,Er is nog nooit een cent te weinig betaald.’’

Sporthorloge

Het fraai opgeknapte complex van Marja en Renzo.© Foto Mediahuis/Marten Visser

Hans is nog elke minuut van de dag bij Marja, bijna letterlijk. Beweegt ze haar arm, dan komt het sporthorloge om haar pols tot leven. Een foto van Hans verschijnt op het schermpje. „Ik praat nog elke dag tegen hem. Ik heb er enorm veel verdriet van, maar ik ga niet zitten kniezen. Mijn leven gaat door. Een dag niet gelachen, is een dag niet geleefd. Was ook Hans zijn motto.”

Over lachen gesproken: weten we dat het nieuws van zijn overlijden zelfs het weekblad Privé heeft gehaald? „Daar stond-ie in, naast Max Verstappen. Haha. Als Hans ergens is waar hij dat soort dingen meekrijgt, dan heeft-ie zich rot gelachen.” Nog even en het is weer oud en nieuw. Gaat er nog een wensballon de lucht in? Of laat Marja dat maar achterwege? „Nee hoor, we gaan zeker weer een ballon oplaten. Wat er op komt te staan? Dat weet ik nog niet, maar het gaat over Hans, zeker weten.’’

(Bekijk hieronder de trailer van Ik vertrek XL)

Hier staat ingevoegde content uit een social media netwerk dat cookies wil schrijven of uitlezen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.

Niet toeristisch

De regio Friuli-Venezia Giulia in Noord-Italië is nog niet zo toeristisch. Dat merk je in de horeca. Voor acht euro eet je er een fantastische pizza. Kijk dan overigens niet raar op als je in de sanitaire ruimte nog zo’n ouderwets hurktoilet aantreft. Renzo: ,,Iedereen zit aan het Gardameer of gaat naar Toscane. Maar hier is het ook fantastisch mooi. Wij willen deze regio op de kaart zetten.’’

Zie ook friulvin.nl en casatramontofriulano.nl

Net binnen